34. De Groenlantsvaerders, Dordtse walvisvaart 1679-1804

De Groenlantsvaerders

Dordtse walvisvaart 1679-1804 

geschreven door Daan Esseboom

  

Een minder bekende economische activiteit van Dordtenaren is de walvisvaart. In de Republiek was er in het begin van de 17de eeuw een verschuiving waar te nemen in de agrarische sector. Door de snel groeiende bevolking steeg de behoefte aan graanproducten, wat ten koste ging van de teelt van oliehoudende zaden voor onder meer kaarsen, zeep, zalven, smeermiddelen en lampolie. De blik werd gericht op walvissen, walrussen en robben. Uit hun spek kon de grondstof traan worden gewonnen. Deze dieren waren in ruime mate aanwezig in de Noordelijke IJszee, zoals Willem Barendsz. in 1596 had gemeld. De eerste Nederlanders verschenen daar in 1612 en de later opgericht Noordische Compagnie had tot 1642 het monopolie om er te vissen. Het initiatief om tot een Dordtse walvisrederij te komen liet lang op zich wachten. Van een echte Dordtse walvisrederij  kan pas worden gesproken in 1679. Toen stuurden twee Dordtenaren de walvisvaarder Sinter Klaas te Paard met succes naar Groenland. In de periode 1680-1690 telde Dordrecht zelfs 13 walvisrederijen die met elkaar een aantal jaren 16 schepen uitstuurden. Deze Dordtse bloeiperiode gaf een grote impuls aan de lokale economie.

Het boekje is geschreven door Daan Esseboom, die in het kader van zijn historisch vwo-profielwerkstuk de omvang en betekenis van de Dordtse walvisvaart onderzocht. Samen met de redactie - die ook nu weer in de vertrouwde handen was van Herman van Duinen en Cees Esseboom - bewerkte hij de resultaten van zijn onderzoek om het geschikt te maken voor een Verhaal van Dordrecht.  Het boekje werd weer gedrukt bij Drukkerij RAD.