28) Van kaalslag tot nieuwbouw

sanering van de Dordtse binnenstad 1958-1980

 

Bert te Kiefte

De sanering van de oude binnenstad is vrijwel nergens zo grondig aangepakt als in Dordrecht. Niet alleen doordat de verpaupering in Dordrecht hard had toegeslagen, maar ook doordat het stadsbestuur een aantal extra ambities koppelde aan de uitvoering van de stadssanering. De Dordtse binnenstad moest het kloppende hart van een zich snel ontwikkelende regio worden. Daarvoor was het noodzakelijk dat de verbindingen met de nieuwe buitenwijken en met de dorpen in de omgeving verbeterd en gemoderniseerd zouden worden. De auto was het vervoermiddel van de toekomst. Nederland was in de ban van de wederopbouw en Dordrecht zou niet achterblijven. Het verleden werd beschouwd als een poel van ellende, die zo snel mogelijk moest worden vergeten.

Het Saneringsplan, officieel: het Basisplan voor de Sanering van de Binnenstad, werd in 1958 door de gemeenteraad vastgesteld. Om de omvangrijke geplande ingrepen mogelijk te maken, zouden ongeveer 1.900 woningen en andere panden, waaronder tientallen monumenten, het veld moeten ruimen. Het slopen van de veelal verkrotte woningen lukte nog wel, maar het heeft lang geduurd voordat alle kaalslaggebieden weer waren ingevuld.

Pas rond 1980 kreeg een andere vorm van stadsvernieuwing de overhand. In hetStructuurplan Binnenstad werd toen het accent verlegd naar het behoud en herstel van de historische bebouwing. Voor grote delen van de Bleijenhoek, de Steenstraat en omgeving en de Boogjes was het toen echter te laat.

Was de sanering onvermijdelijk? Of is de binnenstad ten prooi gevallen aan een onverantwoorde vernieuwingsdrang van het toenmalige gemeentebestuur?

 

ISBN 978-90-820342-2-6 • 40 pagina's • paperback cover

  

                                               28